Fury

mouses-tail

Carroll heeft voor ‘Alice’s Adventures in Wonderland’ (1865) een nieuw gedicht voor de muis geschreven. Het is een dialoog tussen een muis en een hond, die luistert naar de naam Fury.
Fury was de naam van de fox-terriër van Eveline Hull, een kindvriendin van Carroll. Eerder gaf Carroll de kat de naam Dinah naar de kat van Alice Liddell.
De hond en de muis ontmoeten elkaar in het huis en de hond daagt de muis uit tot een duel.
    ‘Fury said to the mouse
That he met in the house
“Let us both go to law, I will prosecute you.”

    De muis geeft aan hier weinig voor te voelen als er geen rechter en jury aanwezig zijn. Fury geeft aan wel beide rollen te willen spelen en is (dat geeft hij ruiterlijk toe) van plan om de muis ter dood te veroordelen.
    ‘I’ll be judge, I’ll be jury
said cunning old Fury
I’ll try the whole cause, and condemn you to death.’
De aanleiding voor de hond is, dat hij zich verveelt:
‘For really this morning, I’ve nothing to do.’
    Waarom de muis een hekel heeft aan C en D (cats en dogs) wordt dus niet direct beantwoord. Bovendien kan de muis het verhaal navertellen en heeft de ter dood veroordeling dus niet plaatsgevonden. De betekenis moet dus een laag dieper worden gezocht.
    Waarom heeft Carroll dit gedicht gemaakt en op wie is het gebaseerd? Er wordt niet gesproken over een bepaald huis en de verklaring, dat hiermee Christ Church (ook wel bekend als The House) wordt bedoeld, lijkt mij aannemelijk. De C en D van Cats en Dogs worden sinds het verschijnen van de werken ‘The Red King’s Dream’ en ‘The Alice Companion’ ook wel gezien als de Canons en Deans van Christ Church in Oxford waar Lewis woonde en werkte. De D (van dog) komt dus terug in de D (van Dean). De dean van Christ Church was dean Liddell, de vader van Alice: ‘The Mouse who has to deal, not with an unnamed cat, but with Fury, a cur who was as arbitrary – ‘no jury or judge’- as the ‘D of the House, dean Liddel’. (The Alice Companion)
In ingezonden brieven en pamfletten uitte Carroll (of beter gezegd Dodgson) zich bovendien vaak kritisch over de wijze waarop Dean Liddell vaak zonder inspraak zijn rol vervulde.
Dus de keuze van dit nieuwe nonsense gedicht is een verhulde kritiek op de dean van Christ Church en past in het geheel aangezien alle personages in het werk tot nu toe allemaal verwijzen naar bestaande personages. Het gedicht sluit qua originaliteit ook beter aan bij een voorgaand gedicht (over een krokodil). Het thema van de ter dood veroordeling uit willekeur is een voorbode voor het proces aan het eind van het boek.
Maar dit nieuwe gedicht sluit niet aan bij en geeft geen antwoord op de door het personage Alice gestelde vraag. En in een goed literair werk is het juist van groot belang, dat de innerlijke samenhang intact blijft. Het is een uitdaging voor een schrijver om het eigen werk te lezen, te herlezen en nogmaals te herlezen.

© Y. van Grinsven

Muis

staart

Alice herinnert de muis eraan, dat hij nog zijn verhaal moet vertellen. Hij moet verklaren, waarom hij een hekel heeft aan katten en honden. De muis antwoordt: “Mine is a long and said tale!” Alice kijkt naar de staart van de muis en bevestigt, dat deze inderdaad lang is. Maar waarom is het droevig?
In het manuscript ‘Alice’s Adventures Under ground ‘(1864) staat een gedicht met een droevig einde. Het gaat over muizen, die eerst gelukkig zijn en uiteindelijk allemaal omkomen.
    ‘We lived beneath the mat
    Warm and sung and fat.’
Ze hebben maar één vijand en dat is de kat:
    ‘But one woe
    that was the cat!’
De hond is goedaardig en tolereert hen:
    ‘To our joys a dog,
    In our eyes a fog,
    On our hearts a log
    Was the dog!’
In deze vier regels is het rijm niet bijster interessant en zelfs een beetje banaal, waardoor ik zelfs aan een doggerel moest denken. In elk geval is de teneur van het gedicht, dat de hond goed is. Hij geeft de muizen de vrijheid om te spelen:
    ‘When the cat’s away,
     Then the mice will play.’
Ook hier zien we weer een standaardzin terugkeren en dat verklaart naar mijn mening waarom Carroll uiteindelijk niet tevreden was met dit gedicht: Het mist inventiviteit.
Maar het verhaal heeft nog een staartje en daarin slaat uiteindelijk het noodlot toe:
    ‘But, alas! One day,
    (So they say)
    Came the dog and cat,
    Hunting for a rat,
    Crushing the mice all flat,
    Each one as he sat!
    Underneath the mat,
    Warm and fat
    – Think of that!’
De muis geeft Alice dus een antwoord op de vraag waarom hij katten en muzien haat. Hij geeft geen antwoord op het mirakel hoe hij het zelf heeft overleefd als alle muizen omgekomen zijn.
Het is opmerkelijk, dat Carroll juist dit gedicht niet heeft opgenomen in de officiële uitgave van Alice’s adventures in wonderland (1865). Hij heeft het gedicht zelfs vervangen door een nieuw gedicht. Hoewel het gedicht dus ingaat op de vraag van Alice is het geen sprankelend gedicht zoals het eerdere gedicht over de krokodil of de Jabberwocky, waarop ik in een later stadium terugkom.
De reden waarom hij dit gedicht heeft vervangen is, dat hij kritisch naar de tekst heeft gekeken en de lat hoger heeft gelegd. Schrijven is altijd herschrijven. Perfectie is het uiteindelijke resultaat van vele, vele verbeteringen.

© Y. van Grinsven

Tijd

‘she knelt down and looked along the passage into the loveliest garden you ever saw.’ Lewis Carroll, Alice in Wonderland

Alice opent een kleine deur en kijkt door een smalle gang. Aan het einde van de gang ziet ze een prachtige tuin, waartoe ze vanwege de omvang van haar lichaam, geen toegang heeft.

Als je als lezer bij deze passage stopt met lezen en het waarschijnlijk door Tenniel geïllustreerde werk neerlegt en nooit meer inkijkt dan creeër je iets uitzonderlijks: een eeuwig moment.  Je zult nooit te weten komen hoe de tuiin er uitziet. De tuin zal altijd een ver ideaal en een eeuwige mogelijkheid blijven.

Deze gedachte had T.S. Eliot toen hij deze passage in ‘Alice in Wonderland’ las. Aan de criticus Louis L. Martz heeft hij verteld, dat deze episode voor hem de aanleiding was voor het eerste gedicht van zijn ‘Four Quartets’: Burnt Norton.

Het thema van de Quartets is de relatie van de mens met tijd, universum en het goddelijke. Alleen het heden telt. De toekomst ligt nog open als een eeuwige speculatie.  Vooral de tijd speelt in het eerste gedicht van de ‘Four Quartets’ een belangrijke rol:

Time present and time past
Are both perhaps present in the future
And time future contained in time past.
If all time is eternally present
All time is unredeemable.
What might have been is an abstraction
Remaining a perpetual possibility
Only in a world of speculation.
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.

Pas in de vier regels hierna wordt de relatie gelegd met wonderland:

Footsteps echo in the memory
Down the passage which we did not take
Towards the door we never opened
Into the rose garden.

Ook de schrijver T.S. Eliot vond dus zijn inspiratie in ‘Alice in Wonderland’ en dit wonderland wordt bij hem in ‘The Family reunion’  tot Whishwood.  Alleen blijft bij hem de deur gesloten.  Zijn werk ‘The Four Quartets’ is even geniaal als ‘Alice in Wonderland’.  Het heeft een gelaagdheid, die je pas ontdekt als je bereid bent om je erin te verdiepen en aangezien literatuur literatuur voortbrengt is dat voor iedere schrijver een uitnodiging en een aanbeveling.

four-quartets

© Y. van Grinsven

Caucus-race

Alice010

`Why,’ said the Dodo, `the best way to explain it is to do it.’  Lewis Carroll, Alice in Wonderland

De directe aanleiding voor de race in hoofdstuk drie is dat iedereen natte veren, een natte huid of natte kleren heeft overgehouden aan de zwempartij. De muis komt met een idee, dat wordt afgewezen en hier verder dan ook niet genoemd wordt. Daarna komt de dodo met het plan om een caucus-race te houden.

Nu is de betekenis van caucus een bijeenkomst van leden van een politieke partij en een race een wedstrijd.  Je kunt de caucus-race dan ook zien als kritiek op de politiek en op politici, die rondjes rennen en eigenlijk nooit ergens komen. Er is geen verklaring waarom Carroll anders het woord caucus gebruikt zou hebben. Het werk ‘Alice in Wonderland’ leent zich bovendien wonderwel voor een politieke persiflage. De deelnemers (politiek of niet) aan de caucus-race vormen in elk geval een bont gezelschap.

Maar volgens mij gebruikt Carroll voor dit verhaal in de eerste plaats een wiskundig axioma en dat is ook meer logisch, want hij was wiskundige. Hij benadrukt in dit verhaal, dat de deelnemers geen lineaire baan moeten afleggen, maar een circulaire:  ‘First it marked out a race-course, in a sort of circle, (`the exact shape doesn’t matter,’ it said,) and then all the party were placed along the course, here and there.’

Door de racebaan een cirkelvorm te geven, neemt hij zowel de start als de finish weg. De cirkel wordt gevormd door alle punten die dezelfde afstand tot één punt hebben. Dit punt is het middelpunt van de cirkel en wordt aangegeven met de letter m. Iedereen is even ver verwijderd van de dodo die in het midden (m) staat. Deze constante afstand van alle dieren tot de dodo wordt de straal genoemd.

Niemand is ook verder dan de ander, want iedereen loopt dezelfde cirkellijn. Niemand vertrekt en niemand komt aan. Het is als met de val in het konijnenhol. Alice valt naar beneden, omdat de wet van de zwaartekracht dit bepaalt. De caucus-race kent geen ‘echte’ winnaar, omdat een cirkel geen rechte lijn is, waarbij een begin en eindpunt kunnen worden bepaald. Iedereen rent en iedereen wint: ‘At last the Dodo said, `Everybody has won, and all must have prizes.’

En om ook dit verhaal rond te maken wil ik nog opmerken: Het is voor een schrijver van groot belang, dat alle gebeurtenissen met wiskundige precisie beschreven worden binnen de meetkundige afbakeningen van het verhaal.

ABYDODO

© Y. van Grinsven

Dodo

Dodgson (die wij kennen onder de naam Lewis Carroll) gaf les in Oxford en bezocht in zijn vrije tijd vaak het prachtige Oxford University Museum of Natural History. Ook de zusjes Liddel bracht hij met deze tempel van de wetenschap in contact. Hij toonde hen één van de belangrijkste relicten van het museum: het gemummificeerde hoofd en de voet van een dodo.

Het is te begrijpen dat ze aanvankelijk niet erg geïnteresseerd waren. Waar is de rest van de dodo? Waarom zijn alleen een hoofd en een voet overgebleven?

De dodo heeft dan ook een niet al te leuke geschiedenis. De vogel werd door Europeanen ontdekt in 1598 op het eiland Mauritius. Hij werd door zeelieden gevangen voor zijn vlees, maar ook zijn eieren werden vernietigd door de op het eiland aangekomen honden, katten en ratten. Aan het eind van de zeventiende eeuw was de vogel uitgestorven.

Charles Norton vertelt in ‘The last dodo’, dat exemplaren van de dodo door verzamelaars naar Europa werden gebracht. Een exemplaar kwam in bezit van John Tradescant, die het in 1638 aan zijn zoon schonk. Deze stierf in 1662 en liet het na aan zijn vriend Elias Ashmole.

Dit complete exemplaar kwam uiteindelijk in 1683 terecht in het museum. Deze weliswaar door een taxidermist opgezette vogel bleek echter aan bederf onderhevig en wel in dusdanige mate, dat de directeur van het museum in 1755 opdracht gaf om de vogel te verbranden. Alleen het hoofd en een poot werden bewaard. Deze originele restanten hebben Dodgson en de drie meisjes dus kunnen bewonderen. Als je nu het museum bezoekt zie je een replica, omdat ook het hoofd en de voet niet permanent tentoongesteld mogen worden.

Maar het is niet eenvoudig om je een beeld te vormen van de vogel. In het museum bevindt zich daarom ook een schilderij van de dodo van Jan Savery (1589 – 1654) uit 1651. Hierop konden de zusjes zien hoe een ‘echte’ dodo eruitzag. Maar de schilder had het werk van zijn oom Roelandt Savery nageschilderd en zelf geen echte dodo gezien.

dodo

Om de dodo opnieuw tot leven te brengen liet Carroll hem een rol spelen in zijn befaamde verhaal Alice in Wonderland. Tijdens het roeitochtje met zijn vriend dominee Duckworth en de drie meisjes Liddell vertelde hij hoe Alice in haar tranenmeer zwemt en opeens allerlei dieren met haar mee zwemmen: een papegaai, een adelaarsjong, een muis, een eend en een dodo. De papegaai (lory) en het adelaarsjong (eaglet) waren bijnamen voor de twee zusjes van Alice: Lorina en Edith. De eend (duck) was een bijnaam voor Duckworth. De dodo was het alter ego van Dodgson zelf. Alice wist wat voor soort vogel de dodo was, omdat ze het museum in Oxford had bezocht.

Er wordt wel gezegd, dat Dodgson zich met de vogel identificeerde , omdat hij stotterde en zijn naam uitsprak als Do-do-dodgson.  In elk geval is zeker dat hij de naam van de vogel als nickname gebruikte.  Aan zijn vriend Duckworth schreef hij; From the Dodo to the Duck. Het was dus voor hem ook een woordspel met zijn eigen naam.

De dodo duikt dus letterlijk op in het tweede hoofdstuk en zwemt met Alice en de anderen mee. In hoofdstuk drie heeft hij de leiding over de race, waarin geen verliezers zijn, omdat iedereen wint. In dit hoofdstuk wordt hij voorgesteld aan Alice. John Tenniel heeft twee tekeningen voor dit hoofdstuk gemaakt, die geïnspireerd zijn op het schilderij van Savery. Toch heeft hij er een persoonlijke noot aan toegevoegd. Als je goed kijkt dan zie je een kleine hand die onder de vleugel uitkomt.

Dat de dodo nog voortleeft is niet de verdienste van verzamelaars, taxidermisten, wetenschappers en museumdirecteuren en zelfs niet van Attenborough, die in een befaamde uitzending de dodo uit het schilderij ziet stappen, maar hebben we in de literatuur te danken aan Carroll. Dat de dodo meer is dan een hoofd en een voet in een museum en een personage van vlees en bloed wordt is de verdienste van Carroll’s fascinerende vertelkunst.

ABYDODO

© Y. van Grinsven